11-02-07

The Decemberists

decemberistsGisteren trok ondergetekende naar de Botanique voor het optreden van The Decemberists. Alleen, aangezien niemand in mijn vrienden- of kennissenkring goesting, tijd of muzikale smaak had. Ik kan alleen maar zeggen dat de afwezigen overschot van ongelijk hadden, want ze hebben een van de beste optredens die ik al ooit meegemaakt heb gemist.

 

Eerst was het de beurt aan Lavender Diamond, een vierkoppig gezelschap uit Californië, met een ietwat bizar bloemenmeisje dat zo uit een sprookje leek gestapt te zijn als frontvrouw. Ze droeg het publiek op om in de handen te klappen voor wereldvrede en maakte zeer flauwe grapjes. Volgens mij was ze stoned. Gelukkig was hun muziek stukken beter. De zangeres is gezegend met een engelachtige stem waar ik onmiddellijk voor gewonnen was. Het geheel had de naïeve en oh zo lieftallige sound die ook terug te vinden is bij Belle & Sebastian. Dromerige slaapkamerpop. Tijdens het laatste nummer “you broke my heart”, wees de zangeres naar mij en keek me recht in de ogen. Tja, ik heb nu eenmaal dat effect op vrouwen ;-)

 

Daarna volgden enkele richtlijnen voor het volgende optreden: wees vriendelijk voor uw medeconcertgangers en maak kennis met hen, bewonder de architectuur van de concertzaal en verwelkom zeer hartelijk The Decemberists. Een groep die sneller cd’s maakt dan de gemiddelde marginaal kinderen. Cd’s die telkens hun voorganger overtreffen qua kwaliteit. Op vier jaar tijd maakten ze evenveel cd’s en twee EP’s, met als voorlopig hoogtepunt hun nieuwe The Crane Wife (die op de valreep een derde plaats behaalde in mijn top tien van vorig jaar). Live laten ze zich tegenwoordig bijstaan door de beeldschone Lisa Molinaro, die op zeer veel bijval kon rekenen van een bepaald persoon in het publiek, die tussen de liedjes door steeds luidkeels haar naam scandeerde. Hun liedjes zijn steeds miniverhaaltjes over vervlogen tijden, waarin piraten, Spaanse koninginnen, hoeren, soldaten, verschoppelingen, armoedzaaiers, zelfmoordenaars en trapezisten een belangrijke rol toebedeeld krijgen. Die thema’s, het ietwat archaïsche vocabularium van frontman Colin Meloy en hun muziek zenden de luisteraar terug in de tijd. Live staken ze meteen van wal met The Crane Wife 3, het beste nummer van de nieuwe plaat, om daarna naadloos over te gaan in het epische The Island. Vele favorieten passeerden de revue (we both go down together, billy liar, the engine driver, shankill butchers, huidige single O Valencia!, July July!, 16 Miltary Wives). Er was veel interactie met het publiek, en Meloy bleek niet alleen een zeer begenadigd muzikant te zijn, maar ook een toffe peer. Een van de hoogtepunten was een lied dat helaas niet op de nieuwe cd beland is wegens te gewelddadig volgens de toetseniste/accordeoniste. In dat lied werd er lustig op los gemoord en Colin ging tekeer als een drieste Nick Cave in zijn beginjaren. Tot slot werden we nog getrakteerd op drie bisnummers (waaronder mijn persoonlijke favoriet: Eli, The Barrow Boy). Het was een briljant optreden waarbij ik bijna constant kippevel had, en zelfs tranen in mijn ogen kreeg door de schoonheid van dat alles. Enige minpuntje: spijtig genoeg geen The Mariner’s Revenge Song.

 

Eens benieuwd of The Frames vanavond een gelijkaardig effect teweeg kunnen brengen.

11:23 Gepost door fILLE in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.