|
fILLE leest een boek en is daarvan zo onder de indruk dat hij het in één dag uitleest. Jawel, 319 pagina's op één dag. Dat moet dan wel enorm goed zijn, hoor ik u al denken. Meer zelfs, enorm goed is slechts een vage appreciatie voor dit onversneden meesterwerk. "Een keuze maak je in een paar seconden en de rest van je leven betaal je de prijs ervoor." Het gaat om De eenzaamheid van de priemgetallen, de debuutroman van Paolo Giordano, een boek dat zo pijnlijk oprecht is en zo naar de keel en het hart grijpt dat het onmogelijk is om het ook maar één seconde neer te leggen. We volgen de levens van twee eenzaten die door het lot en een naar jeugdtrauma voornamelijk tot zichzelf veroordeeld zijn. Enerzijds is er Alice die op jonge leeftijd verlamd geraakt, anderzijds de superbegaafde Mattia die op zevenjarige leeftijd zijn debiele zusje achterliet op een bank in het park en haar nooit meer terugziet. Deze mensen kruisen elkaars leven in de middelbare school. Mattia omschrijft hen als "tweelingspriemgetallen", getallen die enkel door 1 en zichzelf deelbaar zijn en slechts door 1 getal van elkaar gescheiden zijn, zoals 17 en 19. "Alleen en verloren, vlak bij elkaar, maar niet dicht genoeg om elkaar echt te raken." Zeer herkenbaar, trefzeker en hartverscheurend mooi. Aanrader!
|